Steeds meer mensen willen voor de gevolgen van wilsonbekwaamheid iets regelen. Dat is begrijpelijk. Niemand wil dat zijn zaken stilvallen of dat onbekenden beslissingen nemen op het moment dat hij of zij dat zelf niet meer kan. Sommigen stellen bij de notaris een levenstestament op. Toch bestaat er rondom het levenstestament een hardnekkig misverstand: het idee dat “alles dan geregeld is”. Vooral als het gaat om medische wilsonbekwaamheid blijkt die zekerheid vaak schijn.
Een notarieel levenstestament is een akte waarin iemand vastlegt wie hem mag vertegenwoordigen als hij tijdelijk of blijvend wilsonbekwaam wordt. In de praktijk bevat zo’n akte twee volmachten, een zakelijke of financiële volmacht en een medische volmacht.
Juridisch gezien geeft de volmacht een ander de bevoegdheid om namens iemand anders te handelen. En juist daarin schuilt zowel de kracht als de beperking van het levenstestament.
Over het zakelijke deel bestaat weinig discussie. Deze volmacht werkt in de praktijk goed: de voormalig echtelijke woning die men samen bezit met de wilsonbekwame kan nu alleen worden verkocht als dat zou moeten, ook de bankenzaken kunnen worden overgenomen. Ook rechterlijk bewind kan vaak worden voorkomen.
De vertegenwoordiger kan lopende financiële verplichtingen nakomen. Voor vermogensrechtelijke en zakelijke zaken is het notariële levenstestament dan ook een krachtig instrument dat rust en duidelijkheid biedt. Het is veelal een kwestie van een keer opstellen en in de la leggen. Jaarlijkse updates zijn niet noodzakelijk.
Anders ligt dat bij de medische volmacht. Deze is vaak zeer algemeen geformuleerd, bijvoorbeeld: “De gevolmachtigde is bevoegd om medische beslissingen te nemen.” Dat klinkt geruststellend, maar zegt in de praktijk weinig. Want, wat zijn iemands wensen bij: reanimatie, kunstmatige voeding, palliatieve sedatie of bij een euthanasieverzoek? Daar wordt niet over gesproken.
Die keuzes vragen om nuance, context en medische kennis. En dat is precies waar het notariële levenstestament tekortschiet. Dat is geen verwijt aan de notaris: een notaris is jurist, geen arts. Van hem of haar kan dan ook niet worden verwacht dat medische scenario’s inhoudelijk worden uitgewerkt. Het gevolg is een juridisch geldige, maar medisch weinig richtinggevende volmacht.
De KNMG, de Artsenfederatie, is hierover duidelijk. Zij stelt dat een notariële medische volmacht niet voldoende is. Volgens de KNMG moeten mensen daarnaast eigenhandige medische wilsverklaringen opstellen, zoals: een niet-reanimeren verklaring, een behandelverbod en een euthanasieverzoek.
Minstens zo belangrijk: deze verklaringen moeten worden besproken met de (huis)arts en worden vastgelegd in het medisch dossier. Artsen baseren hun handelen primair op gesprekken, medische wilsverklaringen en professionele richtlijnen, niet op notariële akten alleen.
Naast de inhoudelijke beperkingen kent het notariële levenstestament ook praktische nadelen:
Misschien wel het grootste probleem is het gevoel van afronding dat het levenstestament geeft. Veel mensen denken: “Ik heb het nu geregeld.” Terwijl juist bij medische wilsonbekwaamheid naasten en artsen vaak met vragen blijven zitten.
Een algemene volmacht zonder persoonlijke duiding legt een zware verantwoordelijkheid bij de vertegenwoordiger en kan leiden tot onzekerheid, schuldgevoel of conflicten binnen de familie.
Je moet als je een notarieel levenstestament hebt opgesteld dit combineren met eigen wilsverklaringen in plaats van vertrouwen op één document.
Het notariële levenstestament is waardevol, vooral voor financiële en juridische zaken. Maar het is geen totaaloplossing voor wilsonbekwaamheid. Wie echt regie wil houden, doet er verstandig aan te kiezen voor een combinatie van: een notarieel levenstestament, eigenhandige medische wilsverklaringen.